ECLI:NL:CRVB:2012:BY5925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellant, werkzaam als elektromonteur, meldde zich ziek met klachten na een auto-ongeval en werd op staande voet ontslagen. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde zich op het standpunt dat de medische rapporten en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave van zijn arbeidsmogelijkheden gaven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, met name een urenbeperking, waren onderschat en overhandigde nieuwe medische rapporten. De Raad oordeelde dat deze rapporten betrekking hadden op een later tijdstip dan de beoordelingsdatum en dat het rapport van Offermans onvoldoende bewijs leverde omdat deze arts appellant niet persoonlijk had onderzocht.
De Raad concludeerde dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist was en dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk per 2 maart 2010. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk wordt bevestigd.