ECLI:NL:CRVB:2012:BY5687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde inkomsten en kasstortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd onderzocht vanwege vermoedens van niet-gemelde inkomsten en kasstortingen op haar bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag en trok de bijstand deels in en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de kasstortingen leningen van haar moeder en broer betroffen die zij moest terugbetalen en dat een vrijlating van 25% van inkomsten uit arbeid gedurende zes maanden niet was toegepast.
De Raad oordeelde dat de door appellante overgelegde bewijsstukken onvoldoende objectief en verifieerbaar waren om van leningen te spreken. Ook werd bevestigd dat het college terecht geen rekening hield met de vrijlating voor niet-gemelde inkomsten uit arbeid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.