ECLI:NL:CRVB:2012:BY5285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering die door het UWV is afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank die het UWV-standpunt bevestigde, is het hoger beroep behandeld door de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn artrose en osteoporose niet adequaat waren beoordeeld volgens het Verzekeringsgeneeskundig protocol. Tevens stelde hij dat hij niet in staat was om de geselecteerde functies te vervullen, onderbouwd met medische verklaringen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de fysieke beperkingen, inclusief artrose en osteoporose, wel degelijk waren meegenomen. De beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren adequaat gemotiveerd en er was geen bewijs voor zwaardere beperkingen.
Verder concludeerde de Raad dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen en dat zijn eigen oordeel niet voldoende was om het oordeel van de deskundigen te weerleggen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.