ECLI:NL:CRVB:2012:BY5201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep WW-uitkering wegens niet opgegeven zelfstandige uren
Betrokkene diende op 12 januari 2010 een aanvraag in voor een WW-uitkering en gaf aan dat zij vijftien uur per week als zelfstandige werkte. Appellant kende haar een WW-uitkering toe met een korting van vijftien uur per week. Later meldde de werkcoach dat betrokkene vermoedelijk voltijds bezig was met haar beautysalon, waarna een onderzoek volgde. Dit leidde tot besluiten tot intrekking van de WW-uitkering en terugvordering van onverschuldigde uitkeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde de besluiten, omdat betrokkene niet duidelijk was gemaakt dat zij ook indirecte uren moest opgeven en zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op de verstrekte informatie. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de uitspraak van de rechtbank door een enkelvoudige kamer was gedaan zonder de vereiste verwijzingsbeslissing, waardoor deze uitspraak niet in stand kon blijven.
De Raad oordeelde inhoudelijk dat betrokkene de uren waarin zij bereikbaar was en wachtte op klanten ook had moeten opgeven als gewerkte uren. Hoewel appellant betrokkene had gewezen op haar rechten en plichten en verwees naar folders, had betrokkene deze niet opgevraagd en was zij zelf verantwoordelijk voor het inwinnen van de juiste informatie. Door niet alle uren op te geven, had betrokkene de inlichtingenplicht overtreden, waardoor zij geen recht had op de WW-uitkering in de betreffende periode.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering blijft in stand.