ECLI:NL:CRVB:2012:BY5190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-herzieningsfunctie
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering die in 2008 werd herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. Vanaf januari 2009 ontving zij tevens een WW-uitkering. Op 17 juni 2009 meldde zij zich ziek, maar het UWV stelde bij besluit van 17 juli 2009 vast dat zij geen recht had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor ten minste één van de voorgehouden functies. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en lichamelijke beperkingen waren onderschat, onderbouwd met medische rapporten van psychiaters en orthopedisch specialisten. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die een zorgvuldig en consistent rapport uitbracht, waarin werd geconcludeerd dat appellante ondanks een dysthyme stoornis en PTSS geschikt was voor de betreffende functies.
Appellante stelde dat het psychiatrisch ziektebeeld niet volledig was erkend en dat het orthopedisch onderzoek onvoldoende was. De deskundige gaf echter aan dat de PTSS niet automatisch tot meer beperkingen leidde en dat hij binnen zijn deskundigheid was gebleven. De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat er geen twijfel bestond over de geschiktheid van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit dat zij geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.