ECLI:NL:CRVB:2012:BY5188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische en lichamelijke beperkingen
Appellante, een voormalige voedingsassistente, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering. Het UWV herzag deze uitkering in 2008 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het medisch en arbeidskundig oordeel van het UWV.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische en lichamelijke beperkingen waren onderschat. Zij overlegde medische rapporten, waaronder van psychiater Martens en een orthopedisch chirurg. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater Koerselman, die concludeerde dat de vastgestelde belastbaarheid passend was bij de aard en ernst van de aandoeningen dysthyme stoornis en PTSS.
Appellante stelde dat het UWV de PTSS niet erkende en dat een onafhankelijk orthopedisch onderzoek noodzakelijk was. De Raad oordeelde dat het psychiatrisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de deskundige binnen zijn vakgebied bleef. Ook waren er geen aanwijzingen om het medisch oordeel over de lichamelijke beperkingen te verwerpen.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de herziening was gebaseerd passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.