ECLI:NL:CRVB:2012:BY4567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende urenbeperking
Appellant was werkzaam als medewerker bij een werkgever en raakte op 3 september 2007 ernstig gewond bij een verkeersongeval, waarbij hij botbreuken en een hersenkneuzing opliep. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd na bezwaar door het UWV gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij zich baseerde op de rapportages van bezwaarverzekeringsartsen die geen aanleiding zagen voor een urenbeperking. Ook een neuropsychologisch onderzoek en aanvullende medische informatie boden geen aanknopingspunten voor een beperking in het aantal werkuren. De Raad onderschrijft deze conclusies en wijst erop dat het beroep van appellant in hoger beroep vooral een herhaling is van eerdere argumenten.
De Raad benadrukt dat de Standaard verminderde arbeidsduur een beleidsstuk is van het UWV waaraan de bestuursrechter niet gebonden is. De medische rapporten en het functioneren van appellant bij eerdere werkgevers bieden geen grond voor een andere beoordeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.