ECLI:NL:CRVB:2012:BY4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en niet verschijnen
Appellant werd opgeroepen om op 17 november 2009 werkzaamheden te verrichten in het kader van het re-integratietraject Springplank, maar meldde zich die dag ziek bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (DSW). Twee medewerkers bezochten appellant thuis om de ziekmelding te beoordelen, maar appellant weigerde medewerking en onderbouwde zijn ziekmelding niet met medische gegevens.
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen besloot daarom de bijstand van appellant met 20% te verlagen gedurende een maand, omdat hij zich ernstig had misdragen door niet te verschijnen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd slechts gedeeltelijk gegrond verklaard en de maatregel gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn ziekmelding hem vrijwaarde van verwijtbaarheid, maar de Raad oordeelde dat het volledig aan appellant te verwijten is dat hij niet is verschenen en dat hij zijn ziekmelding onvoldoende onderbouwde.
Ook het beroep op vergoeding van kosten rechtsbijstand werd verworpen omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% gedurende een maand wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en niet verschijnen zonder geldige ziekmelding.