ECLI:NL:CRVB:2012:BY4228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens woonplaatsgeschil
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en gaf een adres op als woonadres. Na fraudemeldingen startte het college een onderzoek naar haar woonsituatie. Het college trok bijstand in en vorderde terugbetaling omdat zij niet op het opgegeven adres zou wonen, maar in Siebengewald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de getuigenverklaringen en het lage waterverbruik onvoldoende bewijs vormden. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende gemotiveerd had dat zij niet op het uitkeringsadres woonde, waardoor het besluit vernietigd werd. Echter, het college mocht de rechtsgevolgen handhaven omdat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat zij niet op het opgegeven adres verbleef.
De Raad veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante werd vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van concrete feiten bij woonplaatsvaststelling en de gevolgen van het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de inlichtingenplicht.