ECLI:NL:CRVB:2012:BY2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% vanaf 16 november 2009. Op 17 november 2011 meldde appellant zich ziek vanuit een Werkloosheidswet-uitkering wegens toegenomen klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde de Ziektewet-uitkering per 11 januari 2012 omdat appellant weer geschikt werd geacht voor de hem geduide functies.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig en juist werd beoordeeld. Appellant bleef echter volhouden dat zijn lichamelijke en psychische klachten, waarvoor hij inmiddels onder behandeling was bij een chiropractor, hem verhinderen om de geduide functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in hoger beroep geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende en overtuigend heeft gemotiveerd. Er is geen reden om te twijfelen aan het standpunt van het Uwv. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 11 januari 2012 wegens geschiktheid voor de geduide functies.