ECLI:NL:CRVB:2012:BY2206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep studiefinanciering vordering wegens meerinkomen afgewezen
Betrokkene ontving in 2006 studiefinanciering, waaronder een basis- en aanvullende beurs, nullening en OV-kaart. Na controle van haar neveninkomsten stelde appellant een vordering wegens meerinkomen vast van €3.206,68 over dat jaar. Betrokkene maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat vanwege de medische situatie van betrokkene en de combinatie met studie en werk zij haar financiële belangen niet voldoende kon behartigen, en paste de hardheidsclausule toe. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat betrokkene hulp van een derde had kunnen inroepen.
De Raad overweegt dat appellant terecht het standpunt innam dat het voor betrokkene niet onmogelijk was informatie in te winnen over de bijverdienregeling en tijdig haar studiefinanciering te beëindigen. Ook had betrokkene een derde kunnen vragen haar financiële zaken te regelen. De onjuiste veronderstelling van betrokkene over de nullening en OV-kaart komt voor haar risico.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen blijft gehandhaafd.