ECLI:NL:CRVB:2012:BY1806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onverklaarbare financiële discrepantie
Appellant ontving vanaf 1 januari 2009 wisselende inkomsten als taxichauffeur en aanvullende bijstand vanaf 9 april 2009. Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand nadat appellant zijn salarisspecificaties niet tijdig aanleverde. Uit het onderzoek bleek een discrepantie tussen het uitgavenpatroon en de opgegeven inkomsten, waaronder contante betalingen en onverklaarde stortingen op bankrekeningen.
Het college trok de bijstand per 9 april 2009 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij geld had geleend en terugbetaald, en dat hij zijn taxi had verkocht. De door appellant overgelegde verklaringen van derden waren achteraf opgesteld en ontbraken aan objectieve en verifieerbare gegevens. Ook ontbraken kwitanties of bewijsstukken van contante betalingen.
De Raad oordeelde dat appellant de discrepantie niet aannemelijk had verklaard en dat de verklaringen onvoldoende bewijs vormden. De opbrengst van de verkochte taxi was onvoldoende om het verschil te verklaren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de intrekking van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de financiële verklaring door appellant.