ECLI:NL:CRVB:2012:BY1343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende beurs zonder rekening te houden met vaders inkomen
Appellante verzocht de Minister om een aanvullende beurs toe te kennen zonder rekening te houden met het inkomen van haar vader, omdat er sinds haar twaalfde geen contact meer was. De Minister wees dit verzoek af omdat appellante geen alimentatievonnis had overgelegd en niet had aangetoond dat zij stappen had ondernomen om zo'n vonnis te verkrijgen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwees naar de wettelijke systematiek dat een studerende die een aanvullende beurs wil ontvangen zonder rekening te houden met het vadersinkomen, zich tot de burgerlijke rechter moet wenden om de onderhoudsverplichting vast te stellen. De enkele omstandigheid van het ontbreken van contact doet hieraan niet af.
In hoger beroep stelde appellante dat behoeftigheid niet relevant is en dat zij niet kan worden verplicht de onderhoudsverplichting te laten vaststellen vanwege de verstoorde relatie. Ook beriep zij zich op de hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel, omdat haar broer wel een aanvullende beurs kreeg zonder rekening te houden met het vadersinkomen.
De Raad verwierp deze gronden. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat appellante zich kan laten vertegenwoordigen bij de vaststelling, waardoor confrontatie met haar vader niet noodzakelijk is. Het gelijkheidsbeginsel geldt niet omdat de Minister een fout maakte bij de broer die niet herhaald hoeft te worden. Er was ook geen sprake van enig vertrouwen dat appellante anders zou worden behandeld.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om een aanvullende beurs toe te kennen zonder rekening te houden met het inkomen van de vader wordt afgewezen.