ECLI:NL:CRVB:2012:BY0601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid tot arbeid na 6 april 2009
Appellant was bijna 30 jaar chef-onderhoudsmonteur en werkte na faillissement 24 uur per week als onderhoudsmonteur naast een WW-uitkering. Vanaf 24 juli 2008 meldde hij zich ziek wegens rugklachten en ontving ziekengeld. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 6 april 2009 omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond, omdat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en appellant op en na 6 april 2009 geschikt werd geacht voor arbeid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege rugklachten en vermoeidheid niet meer dan 24 uur kon werken.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellant naast zijn WW-uitkering 24 uur per week bleef werken. Er was geen medische informatie overgelegd die het standpunt van het UWV kon weerleggen. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van het ziekengeld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 6 april 2009 wordt bevestigd.