ECLI:NL:CRVB:2012:BY0328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstandsverlening wegens ontbreken onderbouwing mondelinge toezegging
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een ingangsdatum van 7 maart 2010, gebaseerd op een vermeende mondelinge toezegging van een medewerker van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) tijdens een intakegesprek op 21 mei 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende bijstand toe met ingang van 21 mei 2010 na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat appellante de mondelinge toezegging niet kon onderbouwen. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel door de ingangsdatum niet op 7 maart 2010 te stellen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor de toezegging en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel daarom faalt. De rechtbank had haar uitspraak voldoende gemotiveerd en voldeed aan de wettelijke vereisten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstand blijft 21 mei 2010.