ECLI:NL:CRVB:2012:BX9506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid als horecamedewerker
Appellant was werkzaam als horecamedewerker en meldde zich ziek wegens epileptische aanvallen. Op basis van een medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat hij geschikt was om zijn arbeid te hervatten, waarna zijn Ziektewetuitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer psychische beperkingen en een nieuwe CIZ-indicatie aan.
De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was verricht en dat appellant met zijn beperkingen zijn werkzaamheden kon hervatten. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de nieuwe CIZ-indicatie niet relevant was voor de Ziektewetbeoordeling en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die tot een ander oordeel leidden.
De Raad concludeerde dat appellant recht had op de beëindiging van zijn uitkering omdat hij geschikt was voor zijn laatstelijk verrichte arbeid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor zijn laatstelijk verrichte arbeid.