ECLI:NL:CRVB:2012:BX8486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsnorm na 18e verjaardag inwonende zoon en afwijzing bijzondere bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de norm voor een alleenstaande ouder. Nadat haar inwonende zoon achttien jaar werd, herzag het college de bijstand naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag. Appellante maakte bezwaar en vorderde een afbouwregeling vergelijkbaar met de toeslagen voor voormalige éénoudergezinnen, stellende dat de inkomensachteruitgang niet werd gecompenseerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het verschil in inkomen door de normwijziging geen grond is voor bijzondere bijstand. De zoon is sinds zijn achttiende een zelfstandig rechtssubject en de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd betreffen hem. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het college ervoor kiest de ouder te compenseren via het kind, dat zelf bijzondere bijstand kan aanvragen.
Appellante beroept zich op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, maar de Raad oordeelt dat dit artikel geen recht op bijzondere bijstand of op een uitkering van bepaalde hoogte verleent. De beleidskeuze van het college is verenigbaar met de WWB. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de bijstandsnorm is rechtmatig en bijzondere bijstand wordt niet toegekend.