ECLI:NL:CRVB:2012:BX8330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellante was sinds september 2009 werkzaam als assistent bedrijfsleidster bij een toko. Zij werd op 4 februari 2010 op staande voet ontslagen vanwege het sturen van bedreigende sms-berichten naar een collega tijdens haar vakantie en het ontvreemden van de bedrijfsauto. De kantonrechter oordeelde op 10 maart 2011 dat het ontslag terecht was gegeven, omdat de gedragingen een dringende reden vormden.
Appellante vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, omdat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het ontslag niet door haar gedragingen was ingegeven, maar door persoonlijke motieven van de werkgever.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van het ontslag inhoudelijk al door de kantonrechter waren beoordeeld en dat de gedragingen van appellante een dringende reden vormden. Het ontslag en daarmee de werkloosheid waren appellante dan ook verwijtbaar. Het beroep in hoger beroep slaagde niet en de weigering van de WW-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.