ECLI:NL:CRVB:2012:BX7178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing langdurigheidstoeslag wegens inkomen boven bijstandsnorm
Appellant had een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Hengelo werd afgewezen op grond dat zijn inkomen hoger was dan de geldende bijstandsnorm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of het college terecht had geoordeeld dat het inkomen van appellant gedurende een substantieel deel van de referteperiode boven de bijstandsnorm lag.
Uit de stukken bleek dat het inkomen van appellant, voornamelijk bestaande uit een WAO-uitkering, vanaf 1 juli 2011 hoger was dan de bijstandsnorm. Hoewel appellant een iets lager bedrag had opgegeven, werd dit verschil veroorzaakt door beslaglegging op zijn uitkering, hetgeen het college terecht buiten beschouwing liet.
De Raad oordeelde dat het college de verordening langdurigheidstoeslag correct en strikt had toegepast. Het enkele feit dat het inkomen slechts in geringe mate hoger was dan de norm, vormde geen reden om af te wijken van de verordening. Ook de door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden boden onvoldoende grond om de hardheidsclausule toe te passen.
Hierdoor werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag werd afgewezen omdat het inkomen van appellant structureel hoger was dan de bijstandsnorm.