ECLI:NL:CRVB:2012:BX6920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten beroepsmatig verleende rechtsbijstand in WW-zaken
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV waarin een WW-uitkering werd herzien en teruggevorderd, en tevens een boete werd opgelegd. Het UWV had de vergoeding van kosten voor verleende rechtsbijstand afgewezen, stellende dat geen sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De rechtbank had het beroep van appellant ten onrechte als ingetrokken beschouwd en de vergoeding van kosten afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat wel degelijk sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand, geleverd door zijn gemachtigde Gerrits, werkzaam bij een adviesbureau met een administratieve en adviserende doelstelling.
De Raad oordeelde dat de rechtsbijstand van Gerrits beroepsmatig was en dat het UWV de kosten van rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep volgens het forfaitaire tarief van het Besluit proceskosten bestuursrecht moest vergoeden. Verzoek tot vergoeding van verlet- en portokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en limitatief karakter van het Besluit.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten voor zover de vergoeding van kosten werd afgewezen en veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal € 2.058,50 aan kosten van rechtsbijstand en € 153,- aan griffierecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Van den Hurk en leden Van Dun en Greebe.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand en griffierecht.