ECLI:NL:CRVB:2012:BX5361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO- en ZW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 1999 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 1 maart 2009 in omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bleek te zijn. Appellante verzocht om heropening van de uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen, maar dit werd door het UWV geweigerd. Tevens werd de Ziektewet-uitkering beëindigd omdat zij vanaf 4 december 2009 geschikt werd geacht voor arbeid.
De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben een zorgvuldig medisch onderzoek uitgevoerd, inclusief psychiatrische expertise en informatie van de behandelend sector. De bezwaararbeidsdeskundige stelde overtuigend dat appellante met de vastgestelde beperkingen in staat was de geduide functies te vervullen. Appellante overlegde geen nieuwe medische gegevens die haar beperkingen zouden aantonen.
De rechtbank heeft de beslissingen van het UWV bevestigd en de Raad onderschrijft deze overwegingen. Het hoger beroep van appellante slaagt niet, en de Raad bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering, de weigering tot heropening en de beëindiging van de ZW-uitkering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO- en ZW-uitkering en de weigering tot heropening wegens onvoldoende medische beperkingen.