ECLI:NL:CRVB:2012:BX4019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en terugvordering wegens onjuiste opgave gewerkte uren
Appellant kreeg een WW-uitkering die het UWV herzag omdat hij niet alle gewerkte uren juist had opgegeven op de Inkomstenformulieren WW. Het bezwaar van appellant tegen de herziening werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar de Raad oordeelde dat dit onterecht was. Bij een nieuwe beslissing verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond en handhaafde de herziening en terugvordering.
Appellant stelde dat de uren betaald uit vakantiereserveringen niet als gewerkte uren moeten worden beschouwd. De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitging van de loonbetalingen inclusief vakantiedagen en feestdagen als gelijkgesteld met gewerkte uren volgens de wettelijke regeling. Wel was de motivering onjuist omdat het UWV ten onrechte een verkeerde regeling als grondslag gebruikte.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 14 februari 2012 voor zover het de herziening betrof, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand blijven omdat een juiste motivering tot dezelfde uitkomst leidt. Het beroep tegen het besluit van 12 november 2010 werd eveneens gegrond verklaard en vernietigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de herziening van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.