ECLI:NL:CRVB:2012:BX4015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens werkzaamheden in hennepkwekerij
Appellant ontving van mei 2003 tot maart 2006 een WW-uitkering, gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 32,76 per week. Het UWV ontdekte dat appellant vanaf september 2003 werkzaam was in een hennepkwekerij, waarbij hij gedurende minstens een week 32,76 uur actief was, waardoor hij zijn werknemerschap verloor.
Appellant betoogde dat hij slechts in bepaalde weken voltijds werkte en in andere weken minder uren besteedde, en dat hij het werknemerschap gedeeltelijk zou hebben behouden. Dit werd door de Raad verworpen omdat het werknemerschap niet gedeeltelijk kan worden herkregen en de werkzaamheden niet als werknemer werden verricht.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de WW-uitkering introk en terugvorderde over de periode van 1 september 2003 tot en met 26 maart 2006. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WW-uitkering zijn bevestigd omdat appellant zijn werknemerschap verloor door werkzaamheden in een hennepkwekerij.