ECLI:NL:CRVB:2012:BX3988

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1302 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit beroepschrift werd niet tijdig ontvangen door de Raad. Hoewel het beroepschrift gedateerd was op 14 november 2011, werd het pas op 29 februari 2012 verzonden en op 1 maart 2012 ontvangen, ruim na de uiterste termijn van 22 november 2011.

Appellante voerde in verzet aan dat er geen verplichting bestond om het beroepschrift per aangetekende post te verzenden en dat haar gemachtigde daarom het beroepschrift per gewone post had verzonden. Zij stelde dat dit een redelijke handelwijze was omdat op de website van de Raad geen aanwijzing stond over aangetekende verzending.

De Raad oordeelde dat appellante het risico had genomen door het beroepschrift per gewone post te verzenden en dat zij niet had aangetoond dat het beroepschrift daadwerkelijk tijdig was verzonden. Bovendien had appellante niet tijdig navraag gedaan over de ontvangst, wat haar kansen had kunnen vergroten. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening.

Uitspraak

12/1302 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 oktober 2011, 11/710 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 8 augustus 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 25 april 2012 heeft de Raad het door [naam gemachtigde] namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 25 april 2012 heeft [naam gemachtigde] namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 18 juli 2012. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam gemachtigde]. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De rechtbank heeft op 11 oktober 2011 aan partijen afschriften gezonden van de aangevallen uitspraak. De laatste dag waarop tijdig een hoger beroepschrift bij de Raad kon worden ingediend was 22 november 2011. Het hoger beroepschrift, gedateerd 14 november 2011, is bij brief van 29 februari 2012 verzonden en door de Raad ontvangen op 1 maart 2012.
De uitspraak van de Raad van 25 april 2012 berust op de overwegingen dat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat hetgeen appellante met betrekking tot de verzending van het hoger beroepschrift heeft aangevoerd geen grond bevat om te oordelen dat appellante met de niet tijdige indiening niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante naar voren gebracht dat haar gemachtigde heeft gemeend het hoger beroepschrift op 14 november 2011 per gewone post te kunnen verzenden omdat op de internetpagina van - onder meer - de Raad (www. rechtspraak.nl) geen vermelding is te vinden dat een hoger beroepschrift per aangetekende post zou moeten worden verzonden. Omdat een ontvangstbevestiging van het hoger beroepschrift uitbleef, heeft de gemachtigde van appellante bij brief van 29 februari 2012 - in zijn ogen binnen een redelijke termijn - het hoger beroepschrift nogmaals aan de Raad toegezonden en naar het verdere verloop geïnformeerd.
Appellante heeft ook in verzet niet aangetoond dat zij haar hoger beroepschrift op 14 november 2011 ter post heeft bezorgd. Appellante heeft gelijk als zij stelt dat er geen verplichting is een hoger beroepschrift per aangetekende post te verzenden. Maar zij heeft met de verzending per gewone post wel het risico genomen dat zij, als het hoger beroepschrift niet op 22 november 2011 door de Raad zou zijn ontvangen, niet in staat zou zijn aan te tonen dat zij het hoger beroepschrift tijdig ter post heeft bezorgd.
Het risico dat per gewone post verzonden stukken niet aankomen komt, gelijk in de uitspraak van 25 april 2012 is overwogen, voor risico van appellante. Indien appellante zekerheid had willen verkrijgen dat haar hoger beroepschrift tijdig was ingediend, had zij niet pas op 29 februari 2012, maar nog voor het verstrijken van de hoger beroepstermijn, bij de Raad naar de ontvangst van haar brief van 14 november 2011 moeten informeren.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en B.M. van Dun en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) E. Heemsbergen
EV