ECLI:NL:CRVB:2012:BX3763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing postume deelname vrijwillige ANW-verzekering wegens ontbreken verzekering ex-echtgenoot
Betrokkene, ex-echtgenoot van de heer [A.], verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). [A.] was sinds 1991 AOW-gerechtigde en woonde in Marokko. De verplichte ANW-verzekering eindigde per 1 januari 2000 en betrokkene kon deelnemen aan een vrijwillige ANW-verzekering. Op 7 juli 2000 ontving [A.] een brief met een aanbod tot vrijwillige verzekering, waarbij hij een verklaring terug moest sturen om deel te nemen. [A.] stuurde op 1 augustus 2000 een ingevulde verklaring terug waarin hij aangaf niet te willen deelnemen.
Na het overlijden van [A.] op 6 december 2000 vroeg betrokkene op 30 oktober 2001 een nabestaandenuitkering aan, die werd afgewezen omdat [A.] niet verzekerd was. Betrokkene maakte geen bezwaar tegen deze afwijzing. In 2006 verzocht betrokkene alsnog om terugwerkende kracht voor de uitkering, wat werd geweigerd. De rechtbank vernietigde het besluit en stelde dat de vrijwillige verzekering wel tot stand was gekomen, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de brief van 7 juli 2000 niet als bevestiging van een verzekering kon gelden en dat het aankruisen van niet-deelname door [A.] voor zijn rekening kwam. Er was geen bewijs dat [A.] alsnog wilde deelnemen of dat er correspondentie was over premiebetaling. Ook was geen sprake van nieuwe feiten die postume deelname rechtvaardigden. De Raad bevestigde dat de ex-echtgenoot niet verzekerd was en dat de weigering van postume deelname terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering tot postume deelname aan de vrijwillige ANW-verzekering bevestigd.