ECLI:NL:CRVB:2012:BX2678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling loongerelateerde WGA-uitkering en beoordeling overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin aanvankelijk werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor hij geen WIA-uitkering kreeg toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
Naar aanleiding daarvan nam het UWV een nieuw besluit waarin werd vastgesteld dat appellant van 28 augustus 2006 tot 28 februari 2009 recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 77%. Appellant betwistte de vastgestelde belastbaarheid en stelde dat zijn beperkingen tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leidden.
De Raad concludeerde dat het UWV op juiste wijze uitvoering had gegeven aan de tussenuitspraak door de Functionele Mogelijkheden Lijst aan te passen en dat de arbeidskundige grondslag van het nieuwe besluit toereikend was. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd in behandeling genomen, waarbij de Raad de procedure als niet complex beoordeelde maar wel constateerde dat de redelijke termijn was overschreden.
De Raad vernietigde het eerdere besluit, verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en tegen het tweede besluit ongegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, en werd de procedure heropend voor nadere uitspraak over het schadevergoedingsverzoek, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, en de procedure wordt heropend voor beoordeling van het schadevergoedingsverzoek wegens termijnoverschrijding.