ECLI:NL:CRVB:2012:BX2180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot werk als assistent beheerder moskee
Appellant was tot november 2007 werkzaam als assistent beheerder van een moskee en meldde zich in januari 2008 ziek met hartklachten. Het UWV beëindigde op 3 september 2009 zijn Ziektewetuitkering omdat hij volgens verzekeringsartsen weer geschikt werd geacht om zijn eigen werkzaamheden te verrichten.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellant niet langer arbeidsongeschikt was, kon dragen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat niet al zijn klachten waren betrokken en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer omdat het Protocol Hartinfarct niet volledig was toegepast en de uitslag van een hartkatheterisatie niet was afgewacht.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen op inzichtelijke wijze hadden onderbouwd dat appellant geschikt was voor zijn functie en dat het Protocol Hartinfarct niet van toepassing is bij een ZW-beoordeling. De uitslag van de hartkatheterisatie was betrokken bij de beoordeling. Ook was appellant in staat zijn situatie goed uiteen te zetten zonder tolk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor zijn functie en wijst het hoger beroep af.