ECLI:NL:CRVB:2012:BX2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit dat appellant geschikt is voor lichte arbeid ondanks pijnklachten
Appellant, voormalig glazenwasser, meldde zich ziek vanuit een WW-uitkering vanwege toegenomen pijn in benen, voeten, rug en schouders. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor lichte functies zoals inpakker en productiemedewerker. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen ernstiger waren dan aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn pijnklachten en eerdere medische rapporten onvoldoende waren meegewogen, en dat de interpretatie van een chirurgische brief onjuist was.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische rapportages voldoende onderbouwd waren en dat appellant geen bewijs leverde van zwaardere beperkingen. De stellingen over toegenomen pijn en verwijzing naar de pijnpoli werden niet voldoende onderbouwd met medische stukken. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geschikt is voor lichte arbeid.