ECLI:NL:CRVB:2012:BX1895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingstermijn en derdenbegrip bij Tijdspaarfonds in faillissementsuitkering WW
Betrokkene was in dienst bij Bouw- en Onderhoudsbedrijf Haanko BV toen het faillissement van de werkgever werd uitgesproken. De curator beëindigde het dienstverband en betrokkene vroeg het UWV om overname van betalingsverplichtingen, waaronder vergoedingen voor vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen.
Het UWV kende een uitkering toe over een periode van 13 weken plus opzegtermijn, maar betrokkene maakte bezwaar omdat hij vond dat dit over een periode van maximaal een jaar moest zijn. De rechtbank gaf hem gelijk en stelde een hogere vergoeding vast.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat noch Cordares, noch het Tijdspaarfonds als derde in de zin van artikel 64 WW Pro kunnen worden beschouwd. De stortingen zijn feitelijk op een individuele rekening van de werknemer geplaatst en direct beschikbaar. Dit betekent dat de betalingsverplichting terecht is beperkt tot 13 weken plus opzegtermijn. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep van betrokkene ongegrond en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de betalingsverplichting is terecht berekend over 13 weken plus opzegtermijn.