ECLI:NL:CRVB:2012:BX1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht bij verkoop autopoetsbedrijf
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar het college trok deze in en vorderde kosten terug omdat appellant niet had gemeld dat hij zijn autopoetsbedrijf had verkocht en daarvoor een aanzienlijk bedrag had ontvangen.
Een sociaal rechercheonderzoek toonde aan dat appellant beschikte over vermogen, maar appellant stelde dat hij schulden had die het vermogen overstegen en dat hij slechts een deel van de verkoopopbrengst had ontvangen. Hij kon dit echter niet aannemelijk maken met concrete en verifieerbare gegevens.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst de bezwaren van appellant af, waaronder zijn stelling dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De Raad benadrukt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen voor hem heeft. Ook is niet gebleken dat de rechtbank of de Raad had moeten overgaan tot nader onderzoek.
De uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.