ECLI:NL:CRVB:2012:BX1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bepaling dagloon WW-uitkering bij nieuw recht en toepassing dagloongarantieregeling
Appellant was werkloos geworden en had een WW-uitkering op basis van een dagloon van €92,28. Na een nieuwe dienstbetrekking en daaropvolgende werkloosheid, stelde het Uwv het dagloon voor de voortzetting van de WW-uitkering vast op €95,47. Appellant stelde dat hij een nieuw WW-recht had opgebouwd en dat het dagloon hoger moest worden vastgesteld.
Het Uwv verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en stelde het dagloon vast op €88,08, gebaseerd op de dagloongarantieregeling die het dagloon aanpast naar de mate waarin de nieuwe dienstbetrekking de vorige vervangt. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen, oordelend dat appellant niet in een slechtere positie was gekomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv de hoorplicht had nageleefd en dat het lagere dagloon gerechtvaardigd was op grond van de dagloongarantieregeling. Wel stelde de Raad vast dat appellant niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op het gewijzigde standpunt van het Uwv, wat een schending van de rechtszekerheid betekende. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen in stand liet en bepaalde dat het dagloon vanaf 14 september 2009 op €88,08 wordt vastgesteld.
Uitkomst: Het dagloon voor de WW-uitkering wordt vastgesteld op €88,08 met ingang van 14 september 2009, en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.