ECLI:NL:CRVB:2012:BX1211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en afwijzing schadevergoeding
Appellante, een besloten vennootschap, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij niet had voldaan aan haar re-integratieverplichtingen voor een werknemer die ziek was. Ondanks het aanleveren van ontbrekende medische informatie bleef het UWV van oordeel dat appellante onvoldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren, met name door het niet onderzoeken van het tweede spoor.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden had (GBM) en dat de loonsanctie disproportioneel was. Tevens verzocht zij om een verkorting van de loonsanctie wegens te late besluitvorming door het UWV.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidsdeskundige rapportages voldoende onderbouwd waren en dat er wel degelijk sprake was van belastbaarheid van de werknemer. Appellante had zonder geldige reden nagelaten het tweede spoor te onderzoeken, waardoor zij tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen. De loonsanctie was niet disproportioneel en de duur ervan werd niet verkort vanwege te late besluitvorming, omdat de tekortkomingen niet waren hersteld.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De loonsanctie wordt gehandhaafd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.