ECLI:NL:CRVB:2012:BX1134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing bij schending inlichtingenverplichting WWB
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en kreeg daarnaast een halfwezenuitkering toegekend na het overlijden van de vader van haar kinderen. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen herzag de bijstand over de periode 2006-2008 omdat de halfwezenuitkering niet correct was verrekend met de bijstand. Het college vorderde de te veel betaalde bijstand terug. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de zesmaandenjurisprudentie van toepassing was, waardoor terugvordering na zes maanden niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing is indien sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Appellante had nagelaten de halfwezenuitkering te melden, hoewel dit relevant was voor de bijstand. Het college mocht daarom de terugvordering baseren op die schending.
De Raad benadrukt dat het niet melden van inkomsten een schending van de inlichtingenplicht inhoudt, ook zonder opzet. De bevoegdheid tot terugvordering blijft bestaan en de zesmaandenjurisprudentie is in dit geval niet van toepassing. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De zesmaandenjurisprudentie is niet van toepassing bij schending van de inlichtingenplicht, waardoor terugvordering van te veel ontvangen bijstand is toegestaan.