ECLI:NL:CRVB:2012:BW9589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich op 21 januari 2008 ziek vanwege rugklachten en ontving sindsdien verschillende uitkeringen, waaronder de Ziektewet. Op 1 oktober 2009 vroeg hij een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze per 1 maart 2010 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapportages.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 26 juli 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing eveneens ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige onderschreef. De medische gegevens toonden geen ernstige rugpathologie en de beperkingen waren voldoende in kaart gebracht.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel meer dan 35% arbeidsongeschikt was, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank. Nieuwe informatie betrof een latere periode en was niet relevant voor de beoordeling op de datum van het besluit. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.