ECLI:NL:CRVB:2012:BW9258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste urenopgave zelfstandige
Appellant ontving een WW-uitkering en werd later geconfronteerd met een herziening en terugvordering van deze uitkering omdat hij meer uren als zelfstandige had gewerkt dan opgegeven. Het UWV stelde vast dat appellant onjuiste en onvolledige uren had opgegeven, waaronder niet-declarabele uren die volgens de regelgeving wel gemeld moesten worden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de werkbriefjes naar eer en geweten had ingevuld en dat bepaalde uren niet declarabel waren. De Raad oordeelde echter dat appellant op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de juiste wijze van invullen en dat het UWV terecht de herziening en terugvordering had toegepast. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien.
Tevens werd een boete opgelegd wegens het schenden van de informatieverplichtingen, welke door de Raad als evenredig werd beoordeeld. Het nieuwe besluit van het UWV verving het eerdere besluit, waardoor de aangevallen uitspraak voor zover die het eerdere besluit betrof werd vernietigd. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd.