ECLI:NL:CRVB:2012:BW8943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ouderdomspensioen naar 92% vanwege niet-werkzaam bij Rijk in Nederlands Nieuw-Guinea
Appellant, geboren in 1930, werkte van 1957 tot 1961 als ingenieur in Nederlands Nieuw-Guinea in dienst van het Gouvernement van Nederlands Nieuw-Guinea. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem in 1996 een ouderdomspensioen toe van 92%, met een korting vanwege deze periode.
In 2007 verzocht appellant om herziening van het pensioen naar 100%, stellende dat hij in dienst was van het Ministerie van Zaken Overzee. De Svb herzag het pensioen per juni 2006 naar 100%, maar herzag dit in 2008 terug naar 92%, omdat appellant niet in dienst was van het Rijk. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van de herziening.
De rechtbank wees het beroep af, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan onjuist geïnformeerd te zijn en dat Nederlands Nieuw-Guinea Nederlands grondgebied was, waardoor hij recht zou hebben op het volledige pensioen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit alleen de herziening per 1 juni 2006 betrof en dat geen sprake was van een bijzonder geval voor een verdere terugwerkende kracht. De Svb handhaafde het pensioen op 92% per juni 2008. Appellant had geen rechtsmiddelen tegen die herziening aangewend. De Raad bevestigde de uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ouderdomspensioen blijft vastgesteld op 92%.