ECLI:NL:CRVB:2012:BW8399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
De zaak betreft het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die de intrekking en terugvordering van bijstand aan betrokkene 1 en medeterugvordering aan betrokkene 2 vernietigde. De intrekking en terugvordering waren gebaseerd op het feit dat betrokkenen gedurende ruim vijf jaar een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, waardoor de inlichtingenplicht werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat appellant bevoegd was tot intrekking en terugvordering, maar dat bijzondere omstandigheden en ingediende financiële gegevens matiging van de terugvordering vereisten. Appellant stelde in hoger beroep dat de financiële gegevens onvoldoende waren om aanvullende bijstand aan te tonen en dat ook andere factoren zoals re-integratie meewegen bij de beoordeling.
De Raad stelt vast dat appellant in redelijkheid bevoegd was de volledige terugvordering te effectueren, omdat door de verzwijging van de gezamenlijke huishouding de mogelijkheid tot controle en begeleiding werd ontnomen. Een reconstructie achteraf is niet mogelijk, waardoor de gevolgen voor rekening van betrokkenen komen. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart de beroepen ongegrond en vernietigt de daarop gebaseerde besluiten van 23 februari 2011.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen de intrekking en terugvordering van bijstand ongegrond.