ECLI:NL:CRVB:2012:BW5821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn WW
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een bedrag van €4.122,30 werd teruggevorderd wegens onverschuldigde WW-voorschotten. Hij diende het bezwaar in op 20 oktober 2010 en gaf aan de gronden vóór 24 november 2010 te zullen indienen. Het UWV stelde een termijn van vier weken voor het indienen van de bezwaarschriftengronden en wees appellant op de gevolgen van niet-tijdige indiening.
Appellant diende de gronden uiteindelijk pas op 2 december 2010 in, na een telefonisch contact op 1 december waarin volgens appellant uitstel was verleend. Dit uitstel kon appellant echter niet aantonen en bleek niet uit de telefoonnotitie. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en wees het beroep af.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar nog niet in behandeling was genomen en dat de termijn niet fataal was. De Raad stelde vast dat het UWV terecht een fatale termijn had gesteld en appellant was gewezen op de gevolgen. Er waren geen omstandigheden die de overschrijding rechtvaardigden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder geldige reden of uitstel.