ECLI:NL:CRVB:2012:BW5123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding niet bewezen
Betrokkene 1 ontving sinds 1989 bijstand als alleenstaande ouder. Na een fraudemelding startte de gemeente Nijmegen een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd gesteld dat betrokkenen vanaf 2003 een gezamenlijke huishouding voerden. De gemeente trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van ruim €84.000.
De rechtbank Arnhem vernietigde deze besluiten omdat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor het standpunt dat betrokkenen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. De gemeente stelde in hoger beroep aanvullende getuigenverklaringen en waarnemingen voor, maar de Raad concludeerde dat deze onvoldoende concreet en overtuigend waren.
De Raad oordeelde dat de waarnemingen en getuigenverklaringen geen bewijs leverden dat betrokkene 2 zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene 1. Het enkele feit dat betrokkene 2 incidenteel aanwezig was of gebruik maakte van een voertuig was onvoldoende. De Raad vernietigde het besluit dat appellant nieuwe besluiten moest nemen en herroept de besluiten van 21 augustus 2008. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand worden herroepen wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.