ECLI:NL:CRVB:2012:BW0459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende inlichtingen over stortingen
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en startte in 2007 een eigen bedrijf. Na opschorting en herstel van bijstand ontstond onduidelijkheid over privé stortingen op haar bankrekening in 2007 en 2008, waarvan de herkomst niet duidelijk was. Betrokkene verwees naar leningen van haar nicht en stiefmoeder en een subsidie van het Ontwikkelingsbedrijf, maar kon dit niet met controleerbare bewijsstukken onderbouwen.
De gemeente trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens onvoldoende inlichtingen. De rechtbank oordeelde dat betrokkene voldoende had aangetoond dat de stortingen verklaard konden worden door leningen en subsidie met een reële terugbetalingsverplichting, en vernietigde het besluit. De gemeente ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat de leningen daadwerkelijk waren verstrekt en dat er een reële terugbetalingsverplichting bestond. Ook bleek niet dat subsidie was ontvangen. Daarom verklaarde de Raad het beroep van de gemeente gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 maart 2009 ongegrond. Het besluit van 25 maart 2010 werd eveneens vernietigd.
De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 maart 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.