ECLI:NL:CRVB:2012:BW0451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens professionele hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB. Op 18 december 2007 werd in hun tuinhuis een professionele hennepkwekerij aangetroffen, waarvan appellant verklaarde dat hij eigenaar was en de kwekerij wilde starten. Het college stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellanten ten minste éénmaal geoogst hadden, wat op geld waardeerbare arbeid betreft.
De Raad oordeelde dat zowel het starten als het exploiteren van een hennepkwekerij omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand en dat appellanten hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door dit niet te melden. Hierdoor kon het recht op bijstand over de periode van 24 september tot 17 december 2007 niet worden vastgesteld.
Het college was daarom bevoegd de bijstand over deze periode in te trekken en de kosten terug te vorderen. Appellanten konden geen dringende redenen aantonen om van terugvordering af te zien. Ook kon geen van de partners zich beroepen op onbekendheid met elkaars activiteiten, zodat beiden aansprakelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.