ECLI:NL:CRVB:2012:BV9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke weigering WW-uitkering wegens benadelingshandeling door niet in acht nemen opzegtermijn
Appellant en zijn werkgever sloten op 16 oktober 2009 een beëindigingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst per direct werd beëindigd, zonder inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Appellant verzocht op 8 december 2009 het UWV om een WW-uitkering. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering tot en met 31 december 2009, omdat de werkgever de opzegtermijn niet had gerespecteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant een benadelingshandeling had gepleegd door akkoord te gaan met onmiddellijke beëindiging, waardoor het UWV bevoegd was de uitkering tijdelijk te weigeren. Appellant stelde in hoger beroep dat bijzondere omstandigheden niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant het Algemeen Werkloosheidsfonds heeft benadeeld en dat het UWV terecht de maatregel van tijdelijke gehele weigering oplegde. De Raad vond dat de rechtbank alle door appellant aangevoerde omstandigheden voldoende had betrokken en dat appellant in overwegende mate verwijtbaar had gehandeld. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tijdelijke gehele weigering van de WW-uitkering wegens benadelingshandeling.