ECLI:NL:CRVB:2012:BV8847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende verzekerde dagen
Appellant was werkzaam bij twee ondernemingen in de periode voorafgaand aan zijn ziekmelding op 22 december 2008. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat appellant niet voldeed aan de eis van minimaal zestien verzekerde dagen in de twee maanden voorafgaand aan het einde van zijn verzekering, zoals vereist in artikel 46 van Pro de Ziektewet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant slechts op veertien dagen verzekerd was. In hoger beroep betwistte appellant dit en stelde dat hij zestien dagen verzekerd was, verdeeld over zeven dagen bij de eerste onderneming en negen dagen als uitzendkracht bij de tweede.
De Raad beperkte de beoordeling tot het aantal verzekerde dagen bij de eerste onderneming. Op basis van polisadministratie en loonafrekeningen concludeerde het Uwv dat appellant slechts vijf dagen verzekerd was. Appellant kon geen objectief bewijs overleggen dat dit aantal zou verhogen. Verklaringen van een voormalige werkgever en collega werden niet als voldoende bewijs erkend vanwege twijfel over authenticiteit en relevantie.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de verzekeringsvereisten en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.