ECLI:NL:CRVB:2012:BV8739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WIA- en ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante ontving vanaf januari 2006 een Ziektewetuitkering (ZW) en vanaf januari 2008 een WIA-uitkering, gebaseerd op een vermeend dienstverband bij een uitzendbureau vanaf november 2005.
Het UWV concludeerde na onderzoek dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband en dat appellante geen werkzaamheden had verricht. Op grond hiervan werden de uitkeringen herzien en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk arbeid had verricht en dat het UWV onjuiste bewijsmiddelen gebruikte. De Raad overwoog dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen dienstverband was, mede op basis van verklaringen van inleners en administratiegegevens.
Appellante kon dit niet met objectief tegenbewijs weerleggen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de herziening en terugvordering terecht waren en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van de uitkeringen worden bevestigd.