ECLI:NL:CRVB:2012:BV7458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging algemene bijstand aan gevestigde zelfstandige zonder tijdelijke externe omstandigheden
Appellant exploiteerde sinds 2005 een koeriersbedrijf en vanaf 2007 tevens een horecagelegenheid. Na beëindiging van de horecaonderneming wegens onbetaalbare huur, vroeg appellant meerdere keren krediet en algemene bijstand aan op grond van het Bbz 2004. Deze aanvragen werden door het college afgewezen, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Hij voerde aan dat hij als startende ondernemer moest worden beschouwd en dat het advies van het IMK onjuist was omdat beide ondernemingen apart beoordeeld hadden moeten worden. Tevens stelde hij dat er sprake was van externe omstandigheden van tijdelijke aard, namelijk de onverwachte huurvooruitbetaling.
De Raad oordeelde dat appellant als gevestigd ondernemer moet worden aangemerkt omdat hij al geruime tijd als zelfstandige werkzaam was en beide ondernemingen als één eenmanszaak werden geëxploiteerd. De Raad verwierp het betoog over onjuiste gegevens en stelde vast dat de huurachterstand en vooruitbetaling geen externe omstandigheden van tijdelijke aard zijn, maar normale bedrijfsrisico’s. Daarom is verlenging van de algemene bijstand niet gerechtvaardigd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om verlenging van algemene bijstand werd afgewezen omdat geen sprake was van externe omstandigheden van tijdelijke aard.