ECLI:NL:CRVB:2016:4435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging Bbz-uitkering wegens economische crisis geen tijdelijke externe omstandigheid
Appellant exploiteert sinds 2007 een koeriersbedrijf en ontving eerder een Bbz-uitkering in de vorm van een lening. Na overschrijding van de maximale termijn van twaalf maanden voor bijstandsverlening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) vroeg appellant verlenging aan. Het college wees dit af omdat de economische crisis niet als een externe omstandigheid van tijdelijke aard wordt beschouwd en het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat verlenging niet mogelijk is omdat de economische crisis tot het normale bedrijfsrisico behoort. Appellant voerde aan dat de crisis onvoorzien lang duurde en hij vanwege zijn leeftijd en eerdere ontslag geen voorzieningen had kunnen treffen.
De Raad benadrukte dat verlenging van de uitkering slechts mogelijk is bij externe omstandigheden van tijdelijke aard, zoals bedoeld in artikel 18 Bbz Pro 2004, en dat de economische crisis daar niet onder valt. De wijze van bedrijfsvoering en het normale bedrijfsrisico zijn geen grond voor verlenging. Daarom werd het hoger beroep van appellant verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de verlenging van de Bbz-uitkering bevestigd.