ECLI:NL:CRVB:2012:BV7058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand onterecht over periode 2000-2002
In deze zaak stond de intrekking en terugvordering van bijstand centraal die het college van burgemeester en wethouders van Bergen had opgelegd aan appellante. De Raad had in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het college ten onrechte de bijstand over de periode van 1 oktober 2000 tot 1 maart 2002 had ingetrokken en de kosten daarvan had teruggevorderd.
Naar aanleiding hiervan heeft het college een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geconstateerde gebrek werd hersteld. De Raad vernietigde het oorspronkelijke besluit voor zover het de intrekking en terugvordering over de genoemde periode betrof en herroept het eerdere besluit van december 2007 voor diezelfde periode. Het beroep tegen het herstelbesluit van 31 mei 2011 werd ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het college tevens tot vergoeding van de kosten van appellante en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De Raad zag geen aanleiding om de berekening van het terug te vorderen bedrag over de periode van 1 maart 2002 tot en met 31 maart 2006 te betwisten.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2012.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 1 oktober 2000 tot 1 maart 2002 wordt vernietigd en het beroep tegen het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard.