ECLI:NL:CRVB:2012:BV3370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als bakkerijmedewerker
Appellant was werkzaam als bakkerijmedewerker en meldde zich ziek vanwege knieklachten en pijn op de borst. Na medisch onderzoek werd hij geschikt verklaard voor zijn werk en werd zijn Ziektewetuitkering beëindigd. Het bezwaar tegen deze beslissing werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medische onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn ernstige hartklachten en posttraumatische artrose in de knie, en dat de functie van bakkerijmedewerker onterecht als maatstaf werd genomen. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd was op een zorgvuldige medische onderbouwing, waarbij de door appellant overgelegde medische stukken onvoldoende relevant waren voor de datum in geschil.
De Raad concludeerde dat er voldoende inzicht bestond in de aard en belasting van het werk van bakkerijmedewerker en dat de functie terecht als maatstaf was genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.