ECLI:NL:CRVB:2012:BV2903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en toekenning WGA-uitkering aan appellant
Appellant, die sinds 13 februari 2006 ziekgemeld was en een WIA-uitkering aanvroeg, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend. Na bezwaar werd hij in 2009 alsnog in aanmerking gebracht voor een WGA-uitkering, maar niet voor een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met medische informatie en een mislukte werkhervatting. Het UWV handhaafde het standpunt dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is, gesteund op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts.
De Raad oordeelde dat duurzaam arbeidsongeschikt zijn betekent dat de medische situatie stabiel of verslechterend is, met geringe kans op herstel. De bezwaarverzekeringsarts stelde dat appellant met diverse aandoeningen bekend is, maar dat er behandelmogelijkheden zijn die verbetering kunnen brengen, zoals medicatie, gewichtsverlies en behandeling van slaapapneu.
De Raad vond de medische onderbouwing van de bezwaarverzekeringsarts deugdelijk en zag geen reden om aan die prognose te twijfelen, ook niet op basis van de door appellant ingebrachte medische stukken en werkervaring na de datum van beoordeling. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de rechtbankuitspraak bevestigd. Verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd; appellant krijgt geen IVA-uitkering toegekend.