ECLI:NL:CRVB:2012:BV2669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ondanks neuropsychologisch rapport
Appellante, sinds 1997 arbeidsongeschikt als verpleegkundige, ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering die is vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft deze mate van arbeidsongeschiktheid in 2007 herzien naar 35-45%, waarna na bezwaar de oorspronkelijke mate van 45-55% werd bevestigd. Appellante stelde zich volledig arbeidsongeschikt op en bracht een neuropsychologisch rapport in, waarop een expertise door psychiater Groenendijk volgde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische gegevens onvoldoende aanknopingspunten boden voor volledige arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen, voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan en betwistte de onafhankelijkheid van de deskundige Groenendijk.
De Raad oordeelt dat het neuropsychologisch rapport zonder een medisch-specialistisch rapport onvoldoende is om volledige arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat medische beoordelingen individueel zijn. Hoewel Groenendijk een partij-deskundige is, staat dit niet aan de waarde van zijn expertise in de weg. De Raad bevestigt het besluit van het UWV en wijst het beroep van appellante af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 45-55% arbeidsongeschiktheid en wijst het beroep van appellante af.